© 2004
Wim van 't Einde
Er is mij gevraagd een stukje te schrijven over ds. Gabe van der Zee, geboren 23 februari 1893 en gestorven op 12 januari 1961.

Om met mijn gedachten dichtbij de mens, vader en dominee te komen, behoef ik slechts mijn koffer met herinneringen uit te pakken. Proberen iets aan U als lezer voor te leggen wat herinneringen oproept, toen mijn vader in de jaren 30 als dominee in de gemeente Vaassen stond. Voordien was hij predikant in Hagestein, den Bommel en Wapenveld.
Zelf ben ik als tweede dochter geboren te den Bommel op Goeree Overflakkee. Een bijkomstigheid was dat ik het levenslicht zag op een zondagmorgen en ik mijn vader een vrije zondagmorgen bezorgde om met mijn moeder en zusje dit feit te vieren, temeer omdat mijn zusje op die dag drie jaar werd.
In Vaassen kwamen de eerste indrukken, die een kind van drie jaar in zich opneemt. Ik moet wel zeggen dat plaats, tijd en omstandigheden bij mij scherp geregistreerd worden. Bijvoorbeeld in 1991 had ik een expositie van mijn werk als beeldend kunstenares in Vaassen. Te voet op weg naar de expositieruimte, miste ik plotseling één van die drie prachtige bomen in een tuin langs de doorlopende straatweg. Bij navraag bleek dat er één gekapt was.
Ik hoop u dan ook een beeld van de voormalige pastorie te schetsen, welke een vriendelijke uitstraling had. De pastorie lag aan de doorgaande weg Apeldoorn-Hattem. Deze pastorie is inmiddels afgebroken. Deze zag er als volgt uit: Het aanzicht bood twee ramen, links, een voordeur met twee treden en rechts ook twee ramen. Op de bovenverdieping waren er ook aan zowel de linker- als rechterzijde twee ramen met een klein balkon in het midden boven de voordeur.
Aan de
rechterkant was een garage.
De indeling
binnen was een vestibule, overgaande in een brede gang met een open
trap, links de salon, de woonkamer en de serre. Rechts de studeerkamer
en onder de trap de kelder. Verder een toilet en de keuken. Deze laatste
had geen stromend water, maar een pomp die moest worden aangezwengeld.
Deze had een dikke koperen kraan waardoor het water in de gootsteen
gutste. De bijkeuken had een stookgelegenheid met een ketel, kobaltblauw
aan de buitenkant en wit van binnen. Daar werd de was in warm gemaakt.
Boven waren vijf slaapkamers, toilet en de trap naar de zolder.
De tuin
was boomrijk en omgeven door een houten schutting, voorzien van prikkeldraad.
Mijn zusje en ik hebben er dikwijls met behulp van trapjes overheen
gekeken, want de doorgaande weg was best levendig. Verder was er een
welput, die met een ijzeren plaat gedekt werd na gebruik. Een zandbak
maakte het compleet.
Rechts
naast ons was er de kleermaker Nijman, die daadwerkelijk zijn werk in
kleermakerszit deed. Tegenover ons dokter Schermers, waar wij dikwijls
gingen spelen. Links van ons de kruidenier, in 't Hout en deze familie
was gereformeerd. Zij hadden een hondje, Tommy, dat iedere zondag met
de buurman, de dominee, naar de kerk liep, wachtte en vervolgens beide
weer terug liepen naar huis. Dat spreekt van een vooruitziende blik
op het "Samen op Weg"-proces, niet waar?
Het dorp had een prachtige omgeving en veel mogelijkheden om je te vermaken,
zeker als kind. De dierentuin, de Julianatoren, Uddelermeer, de bedriegertjes,
de fietstochten, de rijtoeren met open rijtuig 's zomers door Niersen.
Het schaatsen op het ondergelopen stuk land en niet te vergeten het
sint Nicolaasfeest, waar vader en moeder veel werk van maakten. Onze
buurman in 't Hout fungeerde als Sint, die deze rol met veel allure
op zich nam.
Vader,
die voor ons wekelijks zoekplaatjes tekende en ons de liefde voor muziek
bijbracht. Zijn voorkeur ging uit naar Bach en Händel. Toen ik
ouder was en met mijn handen een octaaf kon omvatten, hebben wij veel
gespeeld op orgel en piano, uiteraard waren er toen enige jaren van
oefenen aan vooraf gegaan. Hij heeft als vader een sterk fundament in
ons leven gelegd. Aan ons de taak er op verder te bouwen.
Als dominee
wist hij zijn positieve levensopvatting over te brengen. Zijn preken,
zoals gebruikelijk en zeker in die tijd in drie delen, namelijk: Uitleg,
toepassing en altijd de vertroosting in het laatste gedeelte. Ik zie
hem duidelijk voor mij, hoe hij in Ridderkerk de kansel betrad. Zijn
rechterhand op de leuning van de trap, met zijn linkerhand hield hij
de toga iets omhoog. Eenmaal boven sloot hij in alle rust het brede
deurtje, legde zijn zakhorloge en preek, geschreven op A4 en onderstreept
met blauwe en rode lijnen, op de bijbel. Zijn preken waren niet zo eenvoudig
te begrijpen, dat wil zeggen: Men moest nadenken.
Ik zie
hem als dominee zo: God was voor hem de Schepper van hemel en aarde.
De bron van hoop, kracht en liefde. Als mens was hij zeer aimabel, een
graag geziene gast bij vele gelegenheden. Hij wist de mensen met zijn
geestige verhalen te boeien. Hij was oprecht, rechtvaardig, trouw. Ook
had hij gezag en was hij niet zo buigzaam als sommigen wel wilden. Hij
hield zonodig voet bij stuk. Bij zijn pastorale werk in de gemeente
voelde hij zich zeer betrokken bij bejaarden, zieken en alleenstaanden.
Ook heeft hij er in Vaassen voor gezorgd dat er een gebouw kwam voor
Christelijke belangen. Hij verstond de kunst om mensen zich ook financieel
te laten inzetten voor het werk of doel waar hij achterstond en waar
hij zich volledig voor inzette. Hij heeft veel jonge mensen met een
goed stel hersens aan een beurs geholpen om te studeren en ook zorgde
hij ervoor dat zware astmapatiënten naar Davos konden voor genezing.
Ongetwijfeld zullen er meer zaken zijn waar hij zich voor heeft ingezet.
Bij mijn
weten zijn wij in het midden van de jaren dertig naar Ridderkerk verhuisd.
Daar heeft hij drie delen kerkgeschiedenis en drie delen ballingschap
geschreven. Het boek 750 jaar Ridderkerk en nog vele andere publicaties
komen van zijn hand. Van alle gemeentes waar hij heeft gestaan is er
een boek. Ook de oorlogsjaren woonden we als gezin in Ridderkerk. Ook
daar zorgde hij ervoor dat ondervoedde kinderen uit Rotterdam in een
gezin geplaatst werden. Zelf nam hij een meisje van onze leeftijd in
de pastorie op.
Na de oorlog
heeft hij voor de Ring Dordrecht plaatsgenomen in de Synode van de Hervormde
kerk. Daar was hij op zijn plaats. Hij kreeg er een bijzondere taak
om met anderen de collega's, die in de oorlog pro-Duits of NSB-gezind
waren geweest te berechten of te corrigeren.
Hij heeft
zijn laatste levensjaren in Ridderkerk doorgebracht. Hij werd daar zeer
gewaardeerd, dat heb ik zelf ondervonden toen ik ook daar een expositie
had en velen mij aanspraken en mij over mijn vader vertelden. Zijn gezondheid
ging echter achteruit en daardoor werd deze grote gemeente te zwaar
voor hem. Hij kon niet meer functioneren, zoals hij het graag wilde
en kreeg een beroep naar een kleine gemeente. Ik weet nog goed dat een
kerkenraadslid tegen mij zei: "Je vader moet dit beroep niet aannemen,
dit is geen gemeente voor hem". Maar wij zijn gegaan en hij heeft
daar moeilijke jaren gehad. Op 63-jarige leeftijd is hij met emeritaat
gegaan en heeft nog vijf jaar samen met mijn moeder in Maarssen gewoond.
Daar heeft hij zijn laatste boek geschreven over Harderwijk, welke is
geplaatst in de Koninklijke bibliotheek.
Vlissingen,
10 december 2004
www.vanteinde.nl, 07-01-2005